Een onvoorziene weergave van slotenmaker Sint-Pieters-Woluwe

Tenslotte vermeld je nog tussen de bewoners aangaande welke omgeving Jans Aryensz, ‘den jongen hout’. Of deze die bijnaam, later mogelijkerwijs geslachtsnaam geworden, met zijn onbeschaamdheid, dan wel aan de uitdrukking aangaande bestaan tronie ofwel gelaat te danken had, mag ik niet beslissen.

Een Engels oudheidkundige, welke onlangs Delft bezocht, was er niet aan uitgesproken en beweerde, het hij ner­gens wat over dien aard had aangetroffen, dat in het genre daarmede kon geraken vergeleken. Het verbaasde hem zeer, dat dit juweeltje in bestaan soort niet door de Gemeente werden aangekocht om dit te onderhouden en onder andere tot een museum van Delfse oudheden te bestemmen en in te richten.

U bezit zich ook niet desalniettemin met de voorwaarden gehouden aangaande die overeenkomst en bovendien, naar we begrepen hebben, de gemeenteraad onjuist ofwel onvolledig aan die overeenkomst geïnformeerd, met als uitkomst een motie welke eenzijdig nieuwe en onhaalbare voorwaarden stelt.

In een Pepersteeg woonden een paar kleerma­kers, ons schoenmaker en een hoedenmaker in een eigen huis. De laatste gaf, behalve drie stookplaatsen, een fornuis met. Daarenboven waren er 2 bakkers, welke ieder met een paar ovens en ons fornuis werkten.

Dit hoofd over die school was ‘Meester Felicx met Sambicx, schoolmeester’. Zijn thuis bevatte vier haardsteden. Zijn wijdverbreide roem dankte hij niet aan zijn Franse school, maar met bestaan voorbeeldboek in de edele ‘pennekonst’ in koper uitgesneden, waaruit heel wat van zijn collega's in de 17e eeuw de sierlijk getrokken hoofdletters, grillige arabesken en krinkelende gespleten haar ijverig hebben geoefend. Sinds de lenige ganzenveer dit veld bezit horen te ruimen vanwege de stugge stalen pen is het boek betreffende die kalligrafische tours een force over weleer een antiquarische curiositeit geworden, het door de liefhebbers aangaande oud-vaderlandse kunstvaardigheid op het gebied bijzonder gezocht is en duur bekijk hier betaald wordt.

Ofwel hij zijn vermogen in een Vleeshal of in de dienst van Apollo en Momus heeft verworven, daar geeft het register van dit haardstedengeld nauwelijks antwoord op.

(Dit kan zijn een gebruikelijke verdubbeling; nl. eerst het uitheemse woord, en dan een Nederlandse vertaling. Ons kommensaal ofwel disgenoot welke ook niet in de kost was, zou de rector zelf stellig ons contradictio in terminis hebben genoemd. In tegendeel zal zelfs toen een lust tot dit declineren aangaande ‘mensa’ wel minder krachtig zijn geweest dan de begeerte teneinde hetgeen ‘mensa’ aan de op die leeftijd almaar hongerige maag  placht aan te bieden, te consumeren. ‘Fruges consumere nati’ bestaan alle stervelingen maar inzonderheid jonge kommensalen welke Latiums taal beginnen te beoefenen, in weerwil betreffende een pedagogische wenk dat ‘plenus venter non studet libenter’

Antwoorden Rob Scholte is ons met Nederlands grootste namen ..dit zou zeker oer jammer zijn zodra dit museum straat valt!!

(Het verguldsel het toen veel werd gebezigd past minder bij een eentonigheid en grijze kleurcombinaties met de toenmalige bouw (uit 1882)

[In 1882 alsnog immers. Een hele Zuidwal kan zijn inmiddels in een jaren 1960 afgebroken ten behoeve met het verkeer. De toenmalige Kethelsteeg is daarmee een buitenste straat over de binnenstad geworden.]

Geoorloofd had zijn grootvader trouwens bestaan werkplaats ofwel atelier in een ‘refter’ of eetzaal van ons oud klooster, zoals Karel van Mander in dit voormalig St. Annaklooster.

Ook was daar een nederige thuis over ‘poppemaeker’ Pouwels Phillipsz. Een handwerk, het bestaan toppunt met volmaaktheid bij de Franse naburen bezit bereikt, waar zelfs poppen over 1000 franc dit stuk vervaardigd geraken, behoort ondertussen (1882),

Dit was een zeer gepast uithangteken voor een industrie betreffende een eige­naar, die in bestaan appartement alsnog ons ‘schoolvrou’ en een timmerman huisvestte.

Mogelijkerwijs gaat één hunner in ver­rukking aan des schilders talent, hem hebben toege­voegd: “Vous etes une merveille” of, gelijk in 't Ita­liaans geuit hebben. Hoe het zij, de man, die het “Principibus placuisse viris” zo volkomen beaamde, mag uit die lofspraak aanleiding hebben gevonden teneinde haar ‘verduitst’ wanneer geslachtsnaam aan te nemen. De toevoeging met ons t ofwel een d aan een uitgang betreffende ons woord kan zijn, gelijk men beseft, zeker Delfts. Dit staat desalniettemin vast, het Michiel Jansz. in 1600 slechts ingeval zoodanig vertrouwd was, terwijl hij in 1608 en in de registers over 1620 en 1637 M.J. Mierevelt en mr. Michiel van

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Een onvoorziene weergave van slotenmaker Sint-Pieters-Woluwe”

Leave a Reply

Gravatar